De begroting voor de gezondheidszorg van 2026 staat voor aanzienlijke uitdagingen, wat het begrotingsproces bijzonder complex maakt. Het budgettair kader dat door de federale regering in het regeerakkoord werd vastgelegd, voorziet voor 2026 een verlaging van de groeinorm. Die verlaging zorgt ervoor dat er binnen de gezondheidszorg aanzienlijke besparingen moeten worden gerealiseerd.
De combinatie van deze besparingsnood, het gebrek aan ruimte voor structurele keuzes en de beperkte tijd om maatregelen tijdig in werking te laten treden, bemoeilijkte het proces nog verder. In dat licht besloot de Alliantie Artsenbelang – Domus Medica (AADM) om tegen het begrotingsvoorstel te stemmen dat werd voorgelegd aan het Verzekeringscomité. Eén van de belangrijkste redenen daarvoor is de afwezigheid van maatregelen die de eerste lijn versterken, ondanks dat dit een van de prioritaire gezondheidszorgdoelstellingen is. Uiteindelijk wees, zoals we al in een eerder bericht aangaven, ook het Verzekeringscomité het begrotingsvoorstel af.
De beslissing van AADM om tegen te stemmen roept begrijpelijkerwijs vragen op. Wat betekent die ‘nee’-stem precies en hoe is ze tot stand gekomen?
Om duidelijkheid te bieden, geeft AADM hieronder een gestructureerd overzicht van hoe de huidige situatie is ontstaan, waarom bepaalde keuzes werden gemaakt en hoe we naar de toekomst kijken.
Hoe is de huidige situatie ontstaan?
De noodzaak om besparingsmaatregelen te nemen binnen de gezondheidszorg heeft twee belangrijke oorzaken. Enerzijds zijn er verschillende sectoren, waaronder de artsenhonoraria, die in budgettaire overschrijding zijn gegaan en dus meer hebben uitgegeven dan oorspronkelijk voorzien. Anderzijds heeft de federale regering in het regeerakkoord beslist om de groeinorm – het percentage waarmee de uitgaven voor gezondheidszorg jaarlijks mogen stijgen – te verlagen van 2,5% in 2025 naar 2% in 2026.
Door die bijgestelde groeinorm moet er meer dan 900 miljoen euro worden bespaard binnen het totale gezondheidszorgbudget. Op initiatief van de mutualiteiten werd de voorbije weken gewerkt aan een begrotingsvoorstel om dat tekort op te vangen.
Op maandag 6 oktober kwam het Verzekeringscomité – het overlegorgaan waarin de zorgverleners en mutualiteiten samen beslissen over de besteding van de middelen – bijeen om dit voorstel te bespreken en erover te stemmen. Dit comité beheert jaarlijks een budget van meer dan 41 miljard euro, waarmee de werking van onze gezondheidszorg wordt gefinancierd.
Waarom heeft AADM tegen het begrotingsvoorstel gestemd?
AADM waardeert de inspanningen die de verschillende vertegenwoordigers binnen het Verzekeringscomité de afgelopen weken hebben geleverd. Hun inzet verdient erkenning. Toch stelt AADM vast dat het huidige proces niet aanvoelt als volwaardig medebeheer binnen het overlegmodel. De besluitvorming verliep te sterk onder tijdsdruk en in crisismodus, wat haaks staat op de principes van gedeeld beleid en goede besluitvorming. AADM wil een structurele partner zijn in het gezondheidszorgbeleid, geen nood- of crisisonderaannemer.
Daarnaast had AADM inhoudelijke bezorgdheden bij het begrotingsvoorstel. Zo werd er volgens ons te weinig nagedacht over de doeltreffendheid en effectiviteit van de voorgestelde maatregelen. De focus ligt bijna uitsluitend op doelmatigheid en efficiëntie, wat slechts één van de twee pijlers van een goed functionerend systeem zijn. De andere pijlers doelmatigheid en efficiëntie – nochtans essentieel voor een performant zorgsysteem – komen in het voorstel nauwelijks of niet aan bod.
Het voorstel stemt bovendien niet overeen met de gezondheidszorgdoelstellingen die eerder dit jaar werden goedgekeurd door de zorgverleners en mutualiteiten zelf. Zo is er geen enkele structurele investering in een betere organisatie van de eerste lijn of in een betere afstemming tussen de verschillende onderdelen van de gezondheidszorg.
Verder stelt AADM zich vragen bij de haalbaarheid van verschillende voorgestelde maatregelen. Niet alle voorstellen werden transversaal doorgesproken, waardoor er risico bestaat op oneigenlijke effecten in andere sectoren van de zorg. Dit kan de performantie van het systeem ondermijnen en leiden tot ongewenste verschuivingen binnen de budgetten of verantwoordelijkheden.
Een andere fundamentele bezorgdheid betreft het verlies aan performantie van het systeem door het gebrek aan aandacht voor effectiviteit. De exclusieve focus op doelmatigheid dreigt het evenwicht te verstoren tussen efficiëntie en kwaliteit. Wanneer enkel de efficiëntie telt, dreigt de gezondheidszorg te vervallen in het principe van Pareto (80/20-logica), wat niet strookt met de ambitie van zorgverleners die hun lat hoog willen leggen en hun patiënten de best mogelijke zorg willen bieden. Dat spanningsveld tast uiteindelijk ook het welbevinden van de zorgprofessional aan.
Daarnaast maakt AADM zich zorgen over de keuze om vooral te werken op volumes door globaal bedragen van bepaalde verstrekkingen te verlagen in plaats van op doelgerichtheid. Een beleid dat enkel hierop inzet, zonder oog voor persoonsgerichte en doelgerichte zorg, past niet binnen een moderne visie op public health.
Ook enkele maatregelen die impact hebben op de kwaliteit van zorg baart zorgen. De verminderde haalbaarheid van de criteria voor de praktijkpremie en het verplaatsen van bepaalde geneesmiddelen naar hoofdstuk IV lijken moeilijk te rijmen met de principes van de ‘quintuple aim’ en in het bijzonder met de pijler rond het welbevinden van de zorgverlener.
Tot slot roept dit begrotingsvoorstel bredere vragen op over de duurzaamheid en robuustheid van ons gezondheidszorgsysteem. AADM is ervan overtuigd dat er betere alternatieven zijn voor het lineair inperken van budgetten. We moeten durven inzetten op zaken die moeilijker te becijferen zijn. Er is nood aan een fundamenteel debat over de financiering van onze gezondheidszorg:
- Hoe kunnen we de solidariteit binnen het systeem duurzaam borgen en op welk niveau?
- Waar willen we als land in investeren en wat beschouwen we als de unieke sterkte van ons zorgmodel?
- Hoe bepalen we wat we wíllen en kúnnen blijven betalen, bijvoorbeeld in het kader van het levenseinde, waar kwaliteit van leven primeert op louter medische stabilisatie?
- En hoe vermijden we oneigenlijke effecten binnen het financieringsmechanisme, zoals de spanning tussen artsenhonoraria en ziekenhuisfinanciering of tussen het farmabudget en de apothekersvergoeding?
AADM pleit ervoor om deze fundamentele vragen niet te ontwijken, maar ze ten gronde te bespreken in een breed maatschappelijk en beleidsmatig debat. Enkel zo kunnen we komen tot een duurzaam, robuust en toekomstbestendig zorgsysteem dat recht doet aan de waarden van solidariteit, kwaliteit en doelgerichtheid.