Vinaora Nivo Slider

Programma

Premisse

  • De Alliantie Artsenbelang – Domus Medica  (Franstalig 'Alliance Avenir Des Médecins') wil op een positieve manier invulling geven aan de beroepsverdediging van Belgische artsen, zowel huisartsen als andere specialisten.
  • De Alliantie Artsenbelang – Domus Medica (Franstalig 'Alliance Avenir Des Médecins') wil een realistisch, gedragen en toekomstgericht plan voor de (re)organisatie van de gezondheidszorg helpen ontwikkelen en realiseren, via een cultuur van overleg en in samenspraak met alle stakeholders.
  • De Alliantie Artsenbelang – Domus Medica (Franstalig 'Alliance Avenir Des Médecins') stelt een goed voorbereide, gemotiveerde en correct geïnformeerde patiënt (en zijn omgeving) centraal. Wij zien de patiënt actief deelnemen aan het bewaken van zijn/haar gezondheid èn participeren aan het beleid en de keuzes in preventie en de behandeling van ziekte.
  • De Alliantie Artsenbelang – Domus Medica (Franstalig 'Alliance Avenir Des Médecins') vertrekt voor de (re)organisatie van de gezondheidszorg van een sterke, uitgebouwde eerstelijnsgezondheidszorg. De huisarts speelt hierin een sleutelrol met de huisartsenpraktijk (HAP) als zijn/haar natuurlijk biotoop.
    De gezondheidszorgorganisatie op de eerste lijn/in de thuiszorg gebeurt op een horizontale basis tussen en met alle betrokken hulp- en zorgverleners.
  • De Alliantie Artsenbelang – Domus Medica (Franstalig 'Alliance Avenir Des Médecins') ziet de 2de en 3de lijn als een ondersteunende functie aan de 1e lijn, met de nodige aandacht voor het subsidiariteitsprincipe.
    Er dient de nodige ruimte en tijd te worden voorzien voor samenspraak, overleg/afstemming van de zorg/ondersteuning en taakafspraken tussen de 1ste en 2de/3de lijn.
  • De Alliantie Artsenbelang – Domus Medica (Franstalig 'Alliance Avenir Des Médecins') wil in de (re)organisatie van de gezondheidszorg bijzondere aandacht besteden aan specifieke aspecten, die een bedreiging vormen voor een kwaliteitsvolle en toegankelijke gezondheidszorg (kansarmoede, echelonnering, beschikbaarheid van huisartsenzorg en andere specialismes die de huidige contingentering niet ingevuld krijgt,...)

Microniveau

De huisarts is een sleutelfiguur en de medisch verantwoordelijke spil, zowel op microniveau (de arts-patiëntrelatie) als op meso/macroniveau (de arts-gemeenschapsrelatie) binnen een multidisciplinaire georganiseerde gezondheidszorg.
Omwille van de groeiende impact van chronische en complexe zorg (met blijvende aandacht voor preventie, familiale zorg, palliatieve zorg,…) zal de huisarts binnen de huisartsenpraktijk – als organisatorische eenheid van de huisartsenzorg en in al zijn organisatievormen – moeten kunnen samenwerken

  1. met alle hulp- en zorgverstrekkers binnen de eerste lijn,
  2. in de organisaties van de 1ste lijn (huisartsenkring/LMN/zorgregio, GDT/SEL, provinciaal en regionaal overleg, ...). en  
  3. overleggen en taakafspraken maken met de mantelzorg, de 2de (en de 3de  lijn, in het belang van de participerende patiënt. Hierbij gebeurt afstemming van de zorg in de meest ruime betekenis en met integratie van gezondheid en welzijn.

Binnen het progressief evoluerend gezondheidszorgmodel is de inschrijving van de patiënt in een huisartsenpraktijk en het volwaardig uitbouwen van het GMD/GMD+/EMD/dGMD (met aandacht voor preventie en delen van gegevens) een eerste belangrijke en noodzakelijke stap. Aldus zal het GMD/GMD+/EMD/dGMD een instrument zijn bij de organisatie van de zorg rondom de patiënt en zijn omgeving. Hierbij staan de vraag en de doelstellingen van deze laatste centraal en gebeurt de betrokkenheid van de andere hulp- en zorgverleners op een evenwaardige manier op vraag van de patiënt en zijn omgeving.

De 2de en 3de lijn zijn ondersteunend hierbij en worden, in samenspraak en overleg op de eerste plaats met de patiënt en zijn omgeving (de 0de lijn) maar ook met de betrokken hulp- en zorgverleners van de 1ste lijn, ingeschakeld.

We ijveren voor voldoende ondersteuning door volwaardige praktijkassistentie en andere zorgberoepen, volgens de specifieke behoeftes van de verschillende organisatievormen van (huis)artsenpraktijken opdat ook binnen de (huis)artsenpraktijk het subsidiariteitsprincipe kan gehanteerd worden.

Mesoniveau

De huisartsenkring is een belangrijke hoeksteen in de organisatie van de eerstelijnszorgverlening (territoriaal gebonden). Zij is, bij wet, het unieke aanspreekpunt en heeft onder andere belangrijke (toegewezen) taken in

  • het overleg met andere partners betrokken op de eerste lijn/in de thuiszorg
  • het overleg tussen de huisartsen
  • het overleg met de 2de en 3de lijn
  • de continuïteit van de zorgverlening.

Het Lokaal Multidisciplinair Netwerk is de gekozen basisvorm om de multidisciplinaire samenwerking verder uit te bouwen.

Door het ondersteunen van een systeem voor gegevensuitwisseling tussen de verschillende disciplines, de financiering van overlegvormen interdisciplinair (artsengroepen) en multidisciplinair en het valoriseren van kwaliteitsvol multidisciplinair handelen wordt de aangeboden zorg meer gecoördineerd en geïntegreerd.

Het verder uitbouwen van, investeren in en ondersteunen van de rol van de huisartsenkring en het Lokaal Multidisciplinair Netwerk bij het verder ontwikkelen van chronische zorgmodellen aangepast aan de regionale of lokale gezondheidszorgorganisatie/vraag blijft een prioritaire doelstelling.

Een goede mix van nabijheid van betaalbare specialistische zorg en het kiezen voor een gegroepeerd en beperkt aanbod van hoog-specialistische (dit is niet gelijk aan universitaire) zorg moeten de leidraad vormen bij het hertekenen van het ziekenhuislandschap.

We ijveren voor voldoende en volwaardige ondersteuning door andere zorgberoepen binnen ziekenhuizen en zorginstellingen, volgens hun specifieke behoeftes, opdat ook binnen deze organisaties het subsidiariteitsprincipe kan gehanteerd worden.

Macroniveau

Het is aan de politiek om de gezondheidsdoelstellingen uit te tekenen en keuzes te maken. Het vastleggen van doelstellingen is een primaire voorwaarde om te komen tot een toekomst-solide, kwalitatief hoogstaand, toegankelijke en performante gezondheidszorgorganisatie.
Bij het uitvoeren van deze gezondheidsdoelstellingen moeten de beroepsgroepen van de verschillende actoren ((huis)artsen en alle andere zorg- en hulpverleners) en de patiënt en zijn/haar vertegenwoordigers – ab initio, betrokken worden, verantwoordelijkheid krijgen en kunnen opnemen.
Het gezondheidszorgsysteem blijft een dynamisch gebeuren: uit de regelmatig uitgevoerde tussentijdse evaluaties op de verschillende niveaus moeten conclusies getrokken worden die dan het verdere beleid zullen aansturen.

12 stappen op weg naar morgen

Horizontaal georganiseerde onderhandelingsniveaus en financieringssystemen (1ste , 2de en 3de lijn) – wat een degelijk uitgebouwde echelonnering inhoudt – zullen een betere invulling van het subsidiariteitsprincipe (het aanbieden van de best mogelijke kwalitatieve zorg op het meest geschikte niveau, tegen best aanvaardbare prijs) mogelijk maken.

De werkingsmiddelen voor zowel de 1ste lijn als de 2de en 3de lijn dienen gescheiden te worden van de budgetten bestemd voor de verloning van de hulp- en zorgverleners.

Een kostendekkende structurele toelage voor elke eenheid van zorgorganisatie (artsenpraktijk, huisartsenkring/LMN, zorginstelling, ziekenhuis,…) aansluitend bij hun huidige en toekomstige takenpakket (ook in functie van lokale noden: epidemiologie, context,…) zijn een noodzakelijke voorwaarde om oneigenlijk gebruik en transfers van ereloonmassa, supplementen te stoppen.

Een 'efficientere (electronische) communicatie' op het werkterrein van de lokale en regionale medische zorg is een andere prioritaire doelstelling:
We denken hierbij niet alleen aan communicatie binnen huisartsenpraktijken, tussen huisartsen en huisartsenpraktijken onderling, tussen huisartsen en andere eerstelijnswerkers, tussen 1ste lijn en 2de lijn (en 3de lijn), maar ook aan communicatie binnen artsenassociaties, tussen artsen en directies van instellingen,...

We ijveren ook voor een uitbreiding van de huidige (beperkt tot continu professionele vorming (CPV)) accreditering naar een accreditering die bijkomend aandacht geeft aan ICT-performantie van de artsenpraktijk, communicatie tussen en met andere zorgverleners en het aanwezig zijn op concrete overlegmomenten.

Een duidelijk zicht-/voelbare administratieve vereenvoudiging voor alle actoren in de hulp/zorgverlening is noodzakelijk. De aandacht van de individuele zorgverstrekker moet primair gericht zijn op de patiënt in plaats van protocollen, controle/follow-upsystemen.

Optimaliseren, vereenvoudigen en moderniseren van de nomenclatuur verdienen de nodige aandacht. Een herijking van de nomenclatuur vertrekt best van het zuiver intellectueel handelen en de reële tijdsinvestering als arts. Op deze wijze moet er een merging komen van de verschillen in inkomens van/tussen de verschillende artsen-disciplines.

De optimalisering van de sociale bescherming van de artsen is belangrijk.
De invulling van het sociaal statuut dient in overeenstemming te zijn met de maatschappelijke verantwoordelijkheid en functie (bevallingsverlof, ouderschapsverlof, werkonbekwaamheid, pensioenvorming,…).
De nodige aandacht dient te gaan naar het initiëren van strategieën die het ontwikkelen van een niet-vlakke carrière als arts mogelijk maken. We denken hierbij aan  maatregelen, in samenspraak met de beroepsgroep, voor het behouden (of opschorten) van de erkenning (via onder andere de facilitering van een snelle herinstroom, duidelijke bepaling van de herinstaprechten,…), het toekennen van het sociaal statuut, honoreringssystemen, …

Een drempelvrije eerstelijnsgezondheidszorg en een laagdrempelige specialistische zorg op doorverwijzing door de huisarts vergen het optimaliseren van de betalingsmodaliteiten voor de patiënten met o.a. een veralgemenen van de mogelijkheid tot toepassing van de regeling derdebetalende, waarbij prioritair het gebruik van een elektronische declaratie en vereenvoudigde administratie moet worden bekeken.

Diversifiëring van het inkomen voor de verschillende zorgactoren via een verder uitbouwen van een goed doordacht systeem van forfaitaire vergoedingen (zowel patiënt-, zorgverstrekker-, praktijkgerelateerd als kwaliteitsondersteunend/bevorderend) kunnen zorgen voor een blijvende patiëntentevredenheid, verbeterde zorgverstrekkerstevredenheid en gezondheidszorg met meetbare verhoogde kwaliteit en patiëntveiligheid.

De nodige middelen dienen voorzien te worden voor het verder ontwikkelen van de nodige navorming met specifieke opleidingsprogramma’s, in samenspraak met de universitaire centra/hogescholen, wetenschappelijke verenigingen en instituten, en de diverse betrokken hulp- en zorgverleners . Een ruimere investering in Onderzoek & Ontwikkeling in verband met samenwerkingsmodellen, subsidiariteit/echelonnering, co-morbiditeit en bijkomende problemen (kansarmoede, toegankelijkheid, beschikbaarheid van huisartsenzorg en andere specialismes die de huidige contingentering niet ingevuld krijgt,...) dringt zich op.

We blijven streven naar breed-gedragen syndicale standpunten als uitgangspositie voor onderhandeling en efficiëntere aanpak van onderhandelingen met de verschillende overheden, opdat implementatie ervan op het terrein zo optimaal mogelijk kan geschieden.

Abonnement op de nieuwsbrief

FacebookTwitterLinkedinRSS Feed